ECLI:NL:RBDHA:2025:12233
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, vroeg op 8 april 2024 asiel aan in Nederland. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij in Kroatië was mishandeld en psychische problemen had, waardoor Nederland de aanvraag onverplicht had moeten behandelen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de bevoegdheid terughoudend gebruikt en dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat Nederland het meest geschikte land is voor behandeling van eisers psychische klachten. Het medisch dossier toonde geen actieve behandeling of ernstige suïcidaliteit aan, en Kroatië biedt vergelijkbare zorgmogelijkheden. Het beroep op het arrest C.K. bracht geen andere uitkomst omdat geen objectieve gegevens wezen op onomkeerbare gezondheidsrisico's door overdracht.
De rechtbank wees ook het argument af dat het verlies van steun van eisers zus in Nederland tot een ander oordeel moest leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bevestigt dat de Dublinverordening strikt wordt toegepast en dat medische omstandigheden alleen tot uitzondering leiden bij duidelijke, onderbouwde risico's.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de voorlopige voorziening afgewezen.