ECLI:NL:RBDHA:2025:12244
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning regulier
Verzoeker had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Na bezwaar bleef de minister bij dit besluit. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg daarnaast om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met andere zaken op 21 mei 2025. Kort voor deze uitspraak heeft de rechtbank in de hoofdzaak het beroep gegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten.