ECLI:NL:RBDHA:2025:12253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel van vertrek wegens onvoldoende medische onderbouwing
Eiser, die sinds 1973 in Nederland verblijft en wiens verblijfsvergunning in 2017 is ingetrokken vanwege gepleegde misdrijven, verzocht op 9 september 2022 om uitstel van vertrek wegens medische redenen. De minister wees dit verzoek af op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat eiser in staat is te reizen en geen acute medische noodsituatie verwacht wordt.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onjuist was en dat hij lijdt aan epilepsie, onderbouwd met medische stukken en een brief van Forensische psychiatrie Altrecht. De rechtbank concludeert echter dat het BMA-advies terecht is gebaseerd op recente medische informatie en dat eiser onvoldoende medische stukken heeft overgelegd die het advies ondermijnen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser de voorlopige voorziening niet in Nederland mocht afwachten, maar dit leidt niet tot schending van zijn belangen omdat de procedure gelijktijdig is behandeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de minister tot een proceskostenvergoeding van €1.814.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand; de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.