ECLI:NL:RBDHA:2025:12284

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
NL25.16152
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij asielaanvraag na vertrek naar onbekende bestemming

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar het bestreden besluit van 4 april 2025 heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.

Na het besluit is gebleken dat eiser met onbekende bestemming Nederland heeft verlaten en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Hierdoor is vastgesteld dat eiser geen belang meer heeft bij de behandeling van het beroep.

De rechtbank heeft daarom het beroep op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht buiten zitting behandeld en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek van eiser naar onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16152

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. D. Meier).

Procesverloop

Met het besluit van 4 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht buiten zitting uitspraak.

Overwegingen

1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 9 mei 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 15 mei 2025 meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiser. Omdat voor de behandeling van het beroep al een zitting was gepland op 31 juli 2025, is partijen gevraagd om toestemming te verlenen om het beroep zonder zitting af te doen. De gemachtigde van eiser heeft op 15 mei 2025 toestemming verleend en de gemachtigde van verweerder op 17 juni 2025.
2. Gelet hierop en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [1] Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.