ECLI:NL:RBDHA:2025:12323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag homoseksuele Gambiaanse man wegens onvoldoende aannemelijkheid
Eiser, een Gambiaanse man behorend tot de Mandinka bevolkingsgroep, vroeg asiel aan in Nederland op grond van zijn homoseksuele geaardheid. Hij stelde niet terug te kunnen keren naar Gambia vanwege de strafbaarheid van homoseksualiteit daar. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van eisers relaas over zijn seksuele geaardheid en de omstandigheden die tot zijn vlucht leidden.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiser, waaronder zijn leeftijd, culturele achtergrond en ervaring. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende inzicht had gegeven in zijn persoonlijke beleving van zijn seksuele gerichtheid, met name over zijn gevoelens bij het ontdekken van zijn homoseksualiteit op jonge leeftijd en zijn gedrag rondom een incident waarbij hij met een Engelsman zoende.
De minister had terecht geoordeeld dat het incident niet strookte met eisers verklaringen over zijn terughoudendheid in relaties en dat zijn verklaringen niet samenhangend en aannemelijk waren. Ook de door eiser overgelegde stukken en zijn deelname aan activiteiten bij het COC konden het asielmotief niet aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet de afwijzing van de asielaanvraag in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.