Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster stelde op 29 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank verklaarde dit beroep op 17 juni 2024 gegrond en gaf verweerder een beslistermijn van twintig weken om alsnog een besluit te nemen.
Op 9 augustus 2024 diende verzoekster opnieuw beroep in wegens het uitblijven van een besluit. Echter, de beslistermijn liep pas af op 5 november 2024, waardoor dit tweede beroep prematuur was. Vervolgens werd de aanvraag op 23 augustus 2024 afgewezen en trok verzoekster het beroep in met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat een proceskostenveroordeling niet op zijn plaats is omdat het beroep voortijdig werd ingediend voordat de beslistermijn was verstreken. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het beroep prematuur was ingediend.