ECLI:NL:RBDHA:2025:12401
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 juli 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige heeft een autismespectrumstoornis, genderdysforie en een bovengemiddeld IQ, en kampt met ernstig nadeel door verwaarlozing en maatschappelijke terugtrekking sinds september 2022.
De behandelaren gaven aan dat de vrijwillige zorg sinds oktober 2024 onvoldoende effect heeft en dat de minderjarige medicatie weigert en niet wil praten. De advocaat stelde dat de minderjarige geen ernstig nadeel ervaart en de situatie accepteert. De rechtbank oordeelde echter dat verplichte zorg noodzakelijk is om verdere ontwikkeling en gezondheid te waarborgen, mede gezien de impact op de familie.
De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor twaalf maanden, waarmee onder meer medicatie, medische controles, beperkingen in vrijheid en opname in een accommodatie mogelijk zijn. De maatregel moet het ernstig nadeel afwenden en is de enige effectieve manier om de minderjarige te beschermen en te helpen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden om verplichte zorg aan de minderjarige te kunnen verlenen.