ECLI:NL:RBDHA:2025:12409
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen arbeidsmarktaantekening verblijfspaspoort
De minister plaatste in maart en juni 2025 een verblijfsaantekening in het paspoort van verzoeker met de tekst 'arbeid niet toegestaan' in verband met een lopende aanvraag verblijfsvergunning. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze aanduiding en verzocht om een voorlopige voorziening om alsnog te mogen werken.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang en ontvankelijkheid van het verzoek. Hoewel verzoeker stelde dat hij door het verbod op arbeid geen inkomen meer had en medische zorg nodig had, kon hij dit niet met stukken onderbouwen. Bovendien was zijn verblijfsrecht per 23 juni 2025 beëindigd door afwijzing van zijn aanvraag.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek niet ontvankelijk was vanwege het ontbreken van connexiteit ten tijde van het eerste verzoek en dat er geen spoedeisend belang bestond. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de gronden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de arbeidsmarktaantekening in het paspoort wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet-ontvankelijkheid.