ECLI:NL:RBDHA:2025:9505
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening voor arbeidsmarktaantekening met arbeid vrij toegestaan
Verzoeker, met Turkse nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking arbeid in loondienst, die met terugwerkende kracht werd ingetrokken. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak, werd bij voorlopige voorziening bepaald dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Verweerder verstrekte een sticker met de arbeidsmarktaantekening 'arbeid niet toegestaan'. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening om een sticker te verkrijgen waarin arbeid wel is toegestaan, onderbouwd met financiële noodzaak en betalingsregelingen. Verweerder betwistte dat de voorlopige voorziening arbeidsrecht geeft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig is vanwege de financiële situatie van verzoeker en zijn gezin. De wettelijke bepalingen laten ruimte voor verweerder om arbeid toe te staan bij een voorlopige voorziening. Verweerder gaf geen gemotiveerde tegenargumenten. De belangenafweging viel daarom in het voordeel van verzoeker uit, waarna de voorlopige voorziening werd toegekend.
Verzoeker krijgt een nieuwe sticker met de arbeidsmarktaantekening 'arbeid wel toegestaan', geldig tot besluit op het hoger beroep. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €907,-.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een voorlopige voorziening voor een verblijfssticker met de arbeidsmarktaantekening 'arbeid wel toegestaan'.