Uitspraak
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Overwegingen
€ 15.000,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, tenzij de minister binnen die termijn besluit tot nader onderzoek en dit schriftelijk meldt; dan geldt een termijn van twintig weken. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank stelt tevens vast dat de minister een bestuurlijke dwangsom van €1.442,- is verbeurd wegens 42 dagen overschrijding sinds ingebrekestelling. Verder wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€453,50) en het griffierecht (€187,-). De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka op 6 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken te beslissen met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.