De minister heeft de asielaanvraag van eiser ingewilligd en uitgegaan van diens meerderjarigheid op basis van een leeftijdsregistratie in Italië. Eiser betwist deze leeftijdsregistratie en voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom van deze registratie wordt uitgegaan.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit, maar beoordeelt dat de aanvullende beschikking en de toelichting op zitting voldoende onderbouwing bieden voor het aannemen van meerderjarigheid. De leeftijdsschouwen door AVIM en IND zijn onvoldoende concludent en verschillen onderling, waardoor de minister niet uitsluitend op deze schouwen kan steunen.
De rechtbank oordeelt dat de minister het vermoeden van minderjarigheid voldoende heeft ontzenuwd door alle feiten en omstandigheden mee te wegen, waaronder het ontbreken van identificatiedocumenten, wisselende verklaringen van eiser en de leeftijdsregistratie in Italië, ondanks dat deze registratie niet doorslaggevend is.
Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege het motiveringsgebrek, de besluiten over de leeftijd worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €907 aan eiser.