ECLI:NL:RBDHA:2025:12477

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
rekestnummers: NL:TZ:2500341:R-RK en NL:TZ:2500342:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord bij problematische schulden en duurzame arbeidsongeschiktheid

De heer [naam 1] verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €17.453,86 verdeeld over tien schuldeisers. Met hulp van de gemeente Rijswijk/Kredietbank Nederland heeft hij een saneringsakkoord aangeboden waarbij schuldeisers een deel van hun vordering ontvangen en het restant wordt kwijtgescholden. Negen schuldeisers stemden in, maar [bedrijf], schuldeiser met een vordering van €1.500, weigerde.

De heer [naam 1] verzocht de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen zodat [bedrijf] verplicht wordt mee te werken. De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling deskundig en onafhankelijk was uitgevoerd en het voorstel goed onderbouwd was. De belangenafweging wees uit dat het onredelijk was dat [bedrijf] het voorstel weigerde, mede omdat de heer [naam 1] duurzaam arbeidsongeschikt is en het maximaal haalbare voorstel heeft gedaan.

De rechtbank oordeelde dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt dan de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), die hogere kosten met zich meebrengt en lagere uitkeringen voor schuldeisers. Daarom wees de rechtbank het verzoek om toelating tot de WSNP af en legde het dwangakkoord op, waarmee [bedrijf] wordt verplicht mee te werken.

Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en beveelt de schuldeiser mee te werken aan het saneringsakkoord.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: NL:TZ:2500341:R-RK en NL:TZ:2500342:R-RK
vonnis van 7 juli 2025
in de zaak van
[naam 1],
verblijvende te [adres]
[postcode] [plaats] ,
hierna: de heer [naam 1] ,
tegen
[bedrijf],
hierna: [bedrijf] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan hijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [naam 1] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom hij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
De heer [naam 1] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 17.453,86 aan tien schuldeisers. Het is de heer [naam 1] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Rijswijk/Kredietbank Nederland heeft hij op 5 november 2024 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 10,48% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 5,24%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.
1.2.
[bedrijf] is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [naam 1] heeft een schuld aan [bedrijf] van € 1.500,--. Dat is 8,59% van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige negen schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [naam 1] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank [bedrijf] dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van de heer [naam 1] zijn behandeld op de zitting van 30 juni 2025. Op deze zitting zijn verschenen:
- [naam 2] , van Kredietbank Nederland,
- [naam 3] en [naam 4] , beschermingsbewindvoerders van Bewindvoering
Holland B.V.
2.2.
[bedrijf] is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
De heer [naam 1] stelt dat het onredelijk is dat [bedrijf] het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. Door het voorstel te weigeren schaadt [bedrijf] het belang van de overige schuldeisers die wel meewerken. In het wettelijk traject (WSNP) is geen uitdeling aan de schuldeisers te verwachten.
3.2.
[bedrijf] heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van de heer [naam 1] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat [bedrijf] weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet hijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente
Rijswijk Zh./Kredietbank Nederland. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen van een (groot) deel van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoekster zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
De heer [naam 1] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat de heer [naam 1] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. De heer [naam 1] verblijft in een inrichting (beschermd wonen) en werkt niet. De heer [naam 1] kampt met een verslaving en ernstige psychische problematiek en wordt hier intensief voor behandeld. Uit de overlegde stukken (verklaring van de psychiater, behandelplan van Fivoor en verklaring van Fonteynenburg) blijkt dat de heer [naam 1] niet over benutbare arbeidsmogelijkheden beschikt. De rechtbank stelt gelet hierop vast dat de heer [naam 1] duurzaam arbeidsongeschikt is. Hij heeft een PW-uitkering en ontvangt weekgeld. Zijn financiën worden voor hem beheerd, de vaste lasten worden betaald en er ontstaan geen nieuwe schulden.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 91,41% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van [bedrijf] . Bovendien heeft [bedrijf] geen verweer gevoerd en is deze schuld reeds in 2017 ontstaan.
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft de heer [naam 1] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt [bedrijf] in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.