ECLI:NL:RBDHA:2025:12526
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij asielaanvraag Dublinprocedure
Eiser diende op 2 februari 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister liet op 4 juni 2024 weten de aanvraag in de nationale procedure te behandelen, nadat was vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening.
De minister had uiterlijk op 3 oktober 2024 moeten beslissen, omdat de termijn van zes maanden inging op 3 april 2024 toen Italië niet tijdig om overname werd verzocht. Eiser stelde de minister op 8 augustus 2024 in gebreke, maar deze ingebrekestelling was prematuur omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor beroep tegen niet tijdig beslissen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en de zaak werd zonder zitting afgedaan.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.