Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 14 december 2023. De minister heeft de beslistermijn verlengd met negen maanden, maar heeft na deze verlenging niet binnen de gestelde termijn beslist. Eiser stelde de minister op 18 maart 2025 in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn op van zestien weken, waarbij binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet plaatsvinden en binnen acht weken daarna een besluit moet worden genomen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 2 mei 2025.