Eiser diende op 19 oktober 2022 schriftelijk een asielverzoek in en stelde dat hij zich op 27 oktober 2022 persoonlijk meldde bij het Aanmeldcentrum (AC) om zijn asielwens kenbaar te maken. Verweerder had de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vastgesteld op 28 januari 2023, de datum waarop het M35-H formulier werd ondertekend.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich op 27 oktober 2022 bij het AC heeft gemeld en zijn asielwens in persoon heeft geuit, ondanks het ontbreken van een registratie of loopbrief vanwege de overvolle situatie in het AC destijds. De rechtbank volgt hiermee het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de ingangsdatum moet aansluiten bij het moment van persoonlijke uiting van de asielwens.
Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de ingangsdatum betreft, en de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vastgesteld op 27 oktober 2022. Verweerder is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.