ECLI:NL:RBDHA:2025:12780
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen voortduren maatregel van bewaring met zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 28 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 12 juni 2025, waarna alleen de periode daarna werd beoordeeld.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije, mede vanwege het uitblijven van een laissez passer na meerdere rappelleringen en het niet kunnen bereiken van de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank oordeelde dat er in het algemeen wel zicht is op uitzetting naar Algerije en dat het ontbreken van een reactie binnen vijf maanden niet betekent dat het zicht ontbreekt, vooral gezien de complexiteit van het lp-traject en het ontbreken van identiteitsdocumenten.
Daarnaast rust op eiser de verplichting om volledig en actief mee te werken aan zijn uitzetting, wat hij onvoldoende deed, onder meer door het weigeren een vrijwilligersbrief te schrijven. De rechtbank concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen waren dat het lp-traject zou mislukken bij medewerking van eiser.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter S.N. Abdoelkadir en griffier A. Duijf op 14 juli 2025 te Rotterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.