Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. I.A.G. Lodders).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- problemen in Kameroen.
ofeigen waarneming van de IND-medewerker of die van anderen kan blijken dat sprake is van medische problemen bij de vreemdeling. Voor de beantwoording van de vraag of een gehoor op zorgvuldige wijze kan plaatsvinden bij vreemdelingen met medische problemen, zijn medische verklaringen volgens deze werkinstructie dus niet vereist.
- eiser heeft zijn stelling dat sprake is van trauma niet onderbouwd met actuele medische informatie;
- eiser heeft op geen enkel moment in de procedure zijn medische problematiek vermeld of om een medisch advies gevraagd en heeft zelfs bij aanvang van het gehoor gezegd dat hij lichamelijk en geestelijk in staat was om te kunnen verklaren;
- uit het vervolg van het gehoor blijkt niet dat eiser niet in staat was om inhoudelijk te verklaren, maar blijkt dat er sprake was van onwil om de vragen te beantwoorden. Eiser heeft meermaals gezegd dat hij er niet over
wilverklaren, zegt - anders dan de minister heeft betoogd - nog niet per definitie dat hij wel het vermogen had om te kunnen verklaren. Ook aan de omstandigheid dat eiser in 2004 wel heeft kunnen verklaren heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte gewicht toegekend. Er kunnen immers verschillende redenen voor zijn dat eiser er inmiddels niet meer over kan praten, terwijl hij dat eerder wel kon. De rechtbank volgt de minister verder evenmin in diens standpunt dat eiser kennelijk wel in staat was om te verklaren omdat hij enkele inhoudelijke verklaringen heeft afgelegd. Uit de omstandigheid dat eiser op enkele vragen wel een inhoudelijk antwoord heeft gegeven volgt niet automatisch dat hij vrij en volledig over zijn gehele asielrelaas en actuele vrees heeft kunnen verklaren. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 2 januari 2025;
- draagt de minister op binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.