Eiser, afkomstig uit Somalië, heeft een asielaanvraag ingediend met de geboortedatum 2007, maar de minister registreerde 2004 als geboortedatum op basis van een Griekse registratie. Eiser betwist deze datum en voert aan dat de registratie onjuist is door chaotische groepsregistratie in Griekenland en dat hij evident minderjarig is.
De rechtbank oordeelt dat de minister het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet onbeperkt mag toepassen, maar wel gewicht mag toekennen aan de Griekse registratie mits dit goed wordt gemotiveerd. De motivering in het bestreden besluit is onvoldoende, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek en het beroep gegrond is.
Desondanks acht de rechtbank de minister in het verweerschrift en ter zitting voldoende gemotiveerd waarom de geboortedatum 2004 wordt aangehouden. Eiser heeft geen overtuigend bewijs overgelegd en geen inspanningen verricht om de fout te herstellen. Tevens zijn er tegenstrijdige verklaringen van eiser over zijn leeftijd.
De rechtbank vernietigt het besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor de geboortedatum op de vergunning niet wordt aangepast. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.