ECLI:NL:RBDHA:2025:12885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 21 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij op 13 januari 2024 al een asielverzoek in Noorwegen had ingediend. Nederland verzocht Noorwegen om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, welke werd aanvaard.
De minister nam de aanvraag van eiser niet in behandeling omdat Noorwegen verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast vanwege structurele schendingen door Noorwegen en dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Zijn persoonlijke ervaringen en klachten waren onvoldoende onderbouwd en betroffen niet de situatie bij overdracht als Dublinclaimant. Ook medische problemen waren niet zodanig dat behandeling in Nederland noodzakelijk was.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M.V. van Baaren op 15 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.