ECLI:NL:RVS:2024:1020
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-in-behandeling-neming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 22 november 2023 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft bij een eerdere uitspraak op 5 maart 2024 een ordemaatregel getroffen.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze terecht en op goede gronden is genomen. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat nadere motivering achterwege kan blijven.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.