ECLI:NL:RBDHA:2025:12889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit, heeft op 6 april 2025 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit is bevestigd door Eurodac-gegevens waaruit bleek dat eiser op 17 mei 2024 een verzoek tot internationale bescherming in Kroatië heeft ingediend.
Eiser voerde aan dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt en dat hij risico loopt op onmenselijke behandeling en uitzetting naar Syrië. De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië in zijn geval tekortschiet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder bevestigd dat Kroatië in beginsel voldoet aan zijn verplichtingen.
De rechtbank oordeelt dat de persoonlijke ervaringen van eiser onvoldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. Ook het beroep op het (indirect) refoulementbeginsel faalt omdat dit in de Dublinprocedure niet meer kan worden ingeroepen als het vertrouwensbeginsel geldt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.