ECLI:NL:RBDHA:2025:12892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening met Kroatië als verantwoordelijke lidstaat
De rechtbank Den Haag heeft op 9 mei 2025 de beroepen van eisers behandeld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en het verzoek tot overname door Kroatië is geaccepteerd.
Eisers stelden dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië niet kon worden toegepast vanwege pushbacks en slechte behandeling van asielzoekers. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht van het vertrouwensbeginsel uitging, mede gesteund door recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die geen aanwijzingen zagen voor een reëel risico op schending van fundamentele rechten bij overdracht aan Kroatië.
Daarnaast voerde eiser een medische situatie aan met betrekking tot hypoparathyreoïdie, maar de rechtbank vond dat niet aannemelijk was gemaakt dat overdracht aan Kroatië een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid zou veroorzaken. De minister was daarom niet verplicht advies te vragen bij het Bureau Medische Advisering.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom geen gebruik werd gemaakt van de discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de asielaanvragen onverplicht in behandeling te nemen. De beroepen werden ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de aanvragen bleef in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.