ECLI:NL:RBDHA:2025:12902
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een minderjarige met de Ugandese nationaliteit, wilde bij haar pleegvader in Nederland verblijven en vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen en dat de belangenafweging niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, met name ten aanzien van het belang van het kind en de hechte persoonlijke banden tussen eiseres en haar nichtje.
De rechtbank constateert dat verweerder geen bewijs heeft geleverd van een feitelijke pleegrelatie tussen eiseres en haar pleegvader, maar dit onderdeel was niet in geschil. De belangenafweging van verweerder betrof ook onterecht de belangen van de pleegvader, wat volgens de rechtbank niet relevant is zonder gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Verder is onvoldoende gemotiveerd waarom de hechte persoonlijke banden tussen eiseres en haar nichtje niet zwaar wegen, terwijl het belang van het kind volgens het beleid van verweerder een eerste overweging moet zijn.
Daarnaast heeft verweerder het economische belang van de Nederlandse overheid te eenzijdig en onvoldoende gemotiveerd meegewogen, terwijl vaststaat dat de pleegvader voldoende inkomsten heeft en er een redelijke kans is dat eiseres snel kan gaan werken. De rechtbank vernietigt het besluit en geeft verweerder acht weken om een nieuw besluit te nemen met een juiste belangenafweging. Eiseres krijgt tevens vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege onvoldoende gemotiveerde belangenafweging; verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.