ECLI:NL:RBDHA:2025:12909

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
NL24.41578
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbProtocol nr. 24 inzake Asiel voor Onderdanen van Lidstaten van de Europese UnieVerdrag betreffende de Werking van de Europese Unie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens ontbreken procesbelang

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk werd verklaard omdat eiser een Europees onderdaan is. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het onveilig is in Polen en dat er sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek vanwege het ontbreken van een medisch onderzoek voorafgaand aan het gehoor.

De rechtbank onderzoekt ambtshalve of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. Op grond van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient er een actueel en reëel belang te zijn voor een inhoudelijke beoordeling. Omdat eiser en zijn gemachtigde sinds de opheffing van de maatregel van bewaring geen contact meer hebben gehad en verweerder de verblijfplaats van eiser niet kent, concludeert de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op de inhoudelijke behandeling.

Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 16 juli 2025 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.41578

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. van Bremen)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft op 24 oktober 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Eiser heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser een Europees onderdaan is. [1] Eiser dient Nederland onmiddellijk te verlaten.
2. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Het is niet veilig voor hem in Polen. Daarnaast heeft verweerder nagelaten om hem voorafgaand aan het gehoor medisch te controleren. Nu verweerder geacht wordt alert te zijn op de aanwezigheid van medische problematiek om te kunnen beoordelen of hij verplicht is een forensisch medisch onderzoek te laten verrichten, is er sprake van een zorgvuldigheidsgebrek.
3. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep.
4. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juni 2024 [2] is uiteengezet wanneer procesbelang binnen het bestuursrecht en meer specifiek binnen het asielrecht kan worden aangenomen. De bestuursrechter dient enkel over te gaan tot de inhoudelijke beoordeling van een ingesteld beroep, als dit van betekenis is voor de beslechting van het geschil. Daarbij geldt dat de indiener een actueel en reëel belang dient te hebben bij een inhoudelijke beoordeling. In het kader van het asielrecht moet er in beginsel van worden uitgegaan dat een vreemdeling geen prijs meer stelt op de aanvankelijk in Nederland gezochte bescherming indien hij met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan verweerder te vermelden waar hij verblijft. Op basis van een dergelijke melding mag een beroep dus niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit is anders indien een vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt na deze melding en er dus kan worden aangenomen dat eiser wel nog prijs stelt op bescherming in Nederland.
5. De gemachtigde van eiser heeft in de gronden van beroep van 31 oktober 2024 meegedeeld dat eiser zich niet in Ter Apel heeft gemeld nadat de aan hem opgelegde maatregel van bewaring is opgeheven. Daarnaast heeft de gemachtigde meegedeeld dat eiser (nog) geen contact met hem heeft opgenomen. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 14 januari 2025 vervolgens bericht dat hij sinds de vrijlating van eiser uit vreemdelingenbewaring niets meer van hem heeft vernomen. Naar aanleiding van dit bericht heeft de rechtbank verweerder op 28 mei 2025 gevraagd of hij bekend is met de huidige verblijfplaats van eiser. Verweerder heeft de rechtbank op 3 juni 2025 meegedeeld dat eiser op dit moment geregistreerd staat als niet-ingezetene.
6. De rechtbank stelt vast dat eiser en zijn gemachtigde vanaf de opheffing van de maatregel van bewaring tot aan de sluiting van het onderzoek in deze zaak geen contact meer met elkaar hebben gehad. Dat is in ieder geval vanaf 31 oktober 2024. Daarnaast is verweerder niet bekend met de huidige verblijfplaats van eiser. Indien eiser een beoordeling van zijn beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag had gewild, lag het op zijn weg om contact met zijn gemachtigde te onderhouden over de procedure. Nu hij dit niet heeft gedaan, concludeert de rechtbank dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de inhoudelijke behandeling en beoordeling van het beroep en derhalve geen actueel en reëel belang heeft bij inhoudelijke beoordeling.
7. Eiser heeft geen rechtens te beschermen belang bij een beoordeling van het door hem ingestelde beroep. Gelet hierop is het beroep niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van protocol nr. 24 inzake Asiel voor Onderdanen van Lidstaten van de Europese Unie van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.
2.Met het kenmerk: ECLI:NL:RVS:2024:2662.