ECLI:NL:RBDHA:2025:12911
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder is afgewezen omdat eiser in Duitsland internationale bescherming geniet. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting bleek dat eiser op 16 juni 2025 zonder opgave van reden niet is verschenen bij het vertrekgesprek en sindsdien met onbekende bestemming is vertrokken.
Verweerder meldde dat eiser op 17 juni 2025 als aan het toezicht onttrokken is geregistreerd en dat hij bij aantreffen in bewaring zal worden gesteld. De gemachtigde van eiser heeft verklaard meerdere pogingen tot contact te hebben gedaan zonder reactie van eiser. De rechtbank concludeert dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, omdat hij geen contact onderhoudt en zijn verblijfplaats onbekend is.
Op grond van vaste rechtspraak, waaronder een richtinggevende uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 1 juli 2024, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.C. Harting en griffier D.M. Abrahams op 15 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.