ECLI:NL:RBDHA:2025:12929

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 mei 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
NL25.20328
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 5.1b Vreemdelingenbesluit
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring wegens risico op onttrekking

De minister van Asiel en Migratie legde op 11 april 2025 aan eiser, van Spaanse nationaliteit, een maatregel van vreemdelingenbewaring op wegens risico op onttrekking aan toezicht. Eiser stelde dat de minister het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door hem niet de wettelijke vertrektermijn te gunnen na zijn vrijlating uit strafdetentie en dat de beschikking niet aan hem was uitgereikt.

De rechtbank oordeelde dat de minister zorgvuldig had gehandeld, de beschikking op 5 februari 2025 met tolk aan eiser was uitgereikt en dat de vertrektermijn niet werd opgeschort door detentie. Tevens was niet gebleken dat eiser na zijn vrijlating stappen had ondernomen om het land te verlaten. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalde.

Eiser voerde verder aan dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat een geplande vlucht op 9 mei 2025 niet doorging door zijn verzet. De rechtbank stelde dat dit voor risico van eiser kwam en dat de minister een nieuwe aanvraag had ingediend. De ambtshalve toetsing leidde tot het oordeel dat de maatregel niet onrechtmatig was.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.20328
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. L. Soedamah),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: S. Faddach).

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen mevrouw Van den Berg Barrio y Mendez. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Spaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2000.
Bewaringsgronden
2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, eerste, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
3. De minister heeft ter zitting medegedeeld dat hij lichte grond 4e niet handhaaft.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser de overige gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet heeft betwist. De rechtbank is van oordeel dat deze gronden feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht in de maatregel van bewaring. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring dragen, zodat een risico op onttrekking reeds daarmee is gegeven.
Zorgvuldigheidsbeginsel
5. Eiser voert aan dat de minister in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld. Eiser is op 4 april 2025 vrijgelaten uit strafdetentie en is vervolgens op 11 april 2025 in vreemdelingenbewaring gesteld. Vanaf 4 april 2025 had de minister eiser een termijn van 28 dagen moeten geven om het land zelfstandig te verlaten, omdat eiser vanwege zijn strafrechtelijke detentie geen effectief gevolg kon geven aan de beschikking waarbij zijn verblijfsrecht werd ingetrokken. Daarnaast voert eiser aan dat de beschikking nooit aan hem is uitgereikt.
6. De rechtbank oordeelt – anders dan eiser – dat de minister voldoende zorgvuldig heeft gehandeld. De rechtbank stelt vast dat de minister met de beschikking van 23 januari 2025 heeft vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf op grond van het unierecht heeft. Op basis van het uitreikingsblad stelt de rechtbank vast dat de beschikking op 5 februari 2025 met behulp van een tolk aan eiser is uitgereikt. Eisers stelling dat de beschikking nooit aan hem is uitgereikt volgt de rechtbank dan ook niet. Uit de beschikking van 23 januari 2025 volgt dat eiser een vertrektermijn kreeg van een maand. Dat eiser in strafdetentie verbleef gedurende deze maand maakt niet dat deze termijn of de vertrekplicht werd opgeschort. Daarnaast is niet gebleken dat eiser vanaf 4 april 2025, toen hij niet meer in detentie verbleef, enige stappen heeft ondernomen om zijn vertrek te bewerkstelligen. De beroepsgrond slaagt niet.

Zicht op uitzetting

7. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Spanje aanwezig is. Op 9 mei 2025 stond een vlucht gepland waarmee eiser naar Spanje zou worden uitgezet, maar na verzet van eiser is zijn uitzetting niet doorgegaan. Hierdoor is het onduidelijk of uitzetting binnen een redelijke termijn wel realiseerbaar is.
8. De rechtbank oordeelt dat er voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Spanje aanwezig is. Niet in geschil is dat de vlucht van 9 mei 2025 geen doorgang vond doordat eiser zich verzette. Het feit dat deze vlucht niet doorging komt voor risico en rekening van eiser. Ter zitting heeft de minister toegelicht dat een poging is gedaan om eiser op een later tijdstip op dezelfde dag te laten vertrekken, maar dat dit niet meer mogelijk was omdat er geen escorts beschikbaar waren. Aangezien de lp geldig was tot 10 mei 2025, heeft de minister een nieuwe lp aanvraag bij de Spaanse autoriteiten ingediend.
Uit het voorgaande ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Spanje is. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toetsing
9. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 mei 2025

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.