ECLI:NL:RBDHA:2025:12959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft eerder het besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een BMA-advies. Na ontvangst van nadere medische informatie bracht het BMA op 27 maart 2025 een advies uit waarin werd geconcludeerd dat overdracht mogelijk is mits aan specifieke medische voorwaarden wordt voldaan.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onvolledig en onzorgvuldig was, onder meer omdat essentiële informatie over medicatie en mantelzorg ontbrak. De rechtbank oordeelde echter dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, dat de minister dit terecht als grondslag heeft genomen en dat geen concrete aanwijzingen bestaan dat overdracht tot onomkeerbare gezondheidsachteruitgang leidt.
Verder stelde eiser dat toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, die overdracht kan voorkomen bij onevenredige hardheid, hier op zijn situatie van toepassing zou moeten zijn. De rechtbank verwierp dit standpunt, stellende dat de medische omstandigheden onvoldoende bijzonder zijn en dat passende zorg in Frankrijk beschikbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van de minister in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.