ECLI:NL:RBDHA:2025:12986

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
NL25.26549
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.

De rechtbank heeft op 1 juli 2025 de zaak behandeld en oordeelt dat de minister terecht heeft gehandeld. Hoewel eiseres medische problemen en moeilijke omstandigheden in Frankrijk aanvoert, is niet gebleken dat zij in Frankrijk geen toegang heeft tot medische zorg of dat Nederland de aangewezen plek is voor haar zorg. Ook is onvoldoende onderbouwd dat overdracht aan Frankrijk onevenredige hardheid oplevert.

De rechtbank verwijst naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk en stelt dat de Dublinverordening niet bedoeld is voor gezinshereniging. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand blijft en eiseres aan Frankrijk wordt overgedragen.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen; eiseres wordt overgedragen aan Frankrijk.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26549
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. J. Sinnema),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: A. Dijcks).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 13 juni 2025 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.¹ In dit geval heeft Nederland bij Frankrijk een verzoek om terugname gedaan. Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard.
1. Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 17 van Pro de Dublinverordening
5. Eiseres stelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij geen aanleiding ziet om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Eiseres wijst daartoe op haar eerdere ervaringen in Frankrijk. Zij heeft in Frankrijk in een tent geslapen en had geen toegang tot voorzieningen. Dit was voor eiseres in het bijzonder een lastige situatie, omdat zij hartproblemen heeft. Eiseres vreest dat zij bij terugkeer naar Frankrijk wederom op straat terecht komt en dat zij dan geen toegang heeft tot medische zorg. Eiseres gebruikt veel medicatie en wacht in Nederland op een afspraak in het ziekenhuis. Daarnaast wijst eiseres erop dat haar huidige partner in Nederland is toegelaten tot de nationale asielprocedure. Als zij wordt overgedragen naar Frankrijk zal zij worden gescheiden van haar partner. Volgens eiseres is dus sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Frankrijk onevenredig hard is.
6. De rechtbank oordeelt als volgt. Op 11 april 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) geoordeeld dat er ten aanzien van Frankrijk kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.² Eiseres heeft dat ook niet betwist. Zij heeft uitsluitend aangevoerd dat de minister ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
7. De minister geeft toepassing aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening als bijzondere, individuele omstandigheden maken dat de overdracht van een vreemdeling van onevenredige hardheid getuigt. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde de minister in de aangevoerde omstandigheden geen aanleiding te zien om het asielverzoek van eiseres op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening onverplicht aan zich te trekken. De minister heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat in het geval van eiseres niet is gebleken van bijzondere individuele omstandigheden waardoor haar overdracht zou leiden tot onevenredige hardheid. Uit de door eiseres overlegde stukken blijkt weliswaar dat zij medische zorg nodig heeft, maar niet is gebleken dat zij in Frankrijk geen toegang heeft tot deze zorg of dat Nederland de aangewezen plek is om deze zorg te leveren. In het bestreden besluit heeft de minister terecht overwogen dat uit de door eiseres overlegde stukken blijkt dat zij in Frankrijk toegang heeft gehad tot medische zorg. Daarnaast hebben de Franse autoriteiten met het claimakkoord toegezegd dat zij eiseres zullen behandelen in overeenstemming met internationale verdragen en het unierecht. Indien eiseres problemen in Frankrijk ervaart met de opvang of de medische zorg, ligt het op haar weg om daarover te klagen bij de Franse autoriteiten. Niet is gebleken dat dit onmogelijk of bij voorbaat kansloos is. De (niet onderbouwde) stelling van eiseres dat zij gescheiden zal worden van haar gestelde partner en dat dit van een onevenredige hardheid getuigd kan eveneens niet slagen. De minister heeft terecht overwogen dat de Dublinverordening niet is bedoeld als middel om gezinshereniging te bewerkstelligen.³ De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres mag worden overgedragen aan Frankrijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Rommes, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
08 juli 2025

Documentcode: [documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.