ECLI:NL:RBDHA:2025:13004
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na te late besluitvorming verblijfsvergunning
Verzoeker diende beroep in tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 23 juni 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen, waardoor vergoeding van proceskosten toewijsbaar is. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, wordt een vast bedrag van € 453,50 toegekend.
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker en wijst het verzoek toe zonder zitting. De uitspraak is op 11 juli 2025 in Utrecht gedaan door rechter A. Skerka.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.