Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 22 november 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiseres stelde de minister op 23 mei 2025 in gebreke en diende daarna beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank legt een nadere beslistermijn op volgens het 8+8-wekenmodel, waarbij de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een gehoor moet afnemen over de asielmotieven en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn moet de minister een dwangsom betalen van € 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 453,50, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier R.C. Gürel op 15 juli 2025.