ECLI:NL:RBDHA:2025:13037
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot behandeling beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een aanvullend terugkeerbesluit van 8 september 2024, waarin werd vermeld dat de terugkeerinspanningen zich richten op Zimbabwe. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat het aanvullend terugkeerbesluit geen zelfstandig besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het geen nieuwe rechtsgevolgen creëert die niet al voortvloeiden uit het eerdere terugkeerbesluit van 2 november 2017.
In het eerdere besluit was al vastgesteld dat eiser niet langer rechtmatig in Nederland verbleef en dat hij binnen vier weken Nederland moest verlaten, waarbij het land van terugkeer impliciet duidelijk was vanwege de Zimbabwaanse nationaliteit van eiser en de motivering dat zijn problemen in Zimbabwe niet geloofwaardig waren. Omdat eiser na dit besluit de Europese Unie niet heeft verlaten, blijft het eerdere terugkeerbesluit van kracht.
De rechtbank concludeerde daarom dat het aanvullend terugkeerbesluit slechts een bevestiging is en geen zelfstandig besluit waartegen beroep kan worden ingesteld. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om het beroep te behandelen en komt zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit.