ECLI:NL:RBDHA:2025:13106

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
NL25.20751
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 DublinverordeningArt. 29 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Polen op grond van Dublinverordening

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend, maar de minister heeft deze niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld, waarbij verzoeker niet persoonlijk aanwezig was maar vertegenwoordigd werd. De minister was eveneens vertegenwoordigd. De voorzieningenrechter overweegt dat de meervoudige kamer spoedig uitspraak zal doen over het interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot Polen.

Gezien de termijnen en onzekerheid omtrent de overdracht, besluit de voorzieningenrechter het bestreden besluit te schorsen en te bepalen dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Polen totdat op het beroep is beslist. Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

Uitkomst: Het besluit van de minister wordt geschorst en verzoeker mag niet worden overgedragen aan Polen totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20751

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. M.P. Gaal - de Groot).

Procesverloop

1. Bij besluit van 2 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op grond dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Het verzoek is, tezamen met de zaak NL25.20750, op 17 juli 2025 op zitting behandeld. Verzoeker is niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Overwegingen

2. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats is voornemens om op korte termijn uitspraak te doen over de vraag of ten aanzien van Polen kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om, met het oog op de van toepassing zijnde termijnen, het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen, het bestreden besluit te schorsen en te bepalen dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Polen totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
3. Als gevolg van de toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening
vangt, op grond van artikel 28, derde lid, dan wel 29, eerste lid, van de Dublinverordening,
na de beslissing op het beroep een nieuwe termijn voor overdracht aan.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Polen totdat is beslist op het beroep;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.