Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, kreeg op 7 juli 2025 de maatregel van bewaring opgelegd vanwege een redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Zijn asielaanvraag was eerder op 12 februari 2025 afgewezen en het beroep daartegen ongegrond verklaard, waardoor het vermoeden van illegaal verblijf vaststaat.
Eiser betoogde dat een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten worden toegepast vanwege zijn medische problemen (depressie en astma) en zijn minderjarige zoon in Nederland. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat een lichter middel niet doeltreffend was en dat de medische zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij. Ook werd geoordeeld dat er geen gezinsband met de minderjarige zoon bestond.
De ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.