ECLI:NL:RBDHA:2025:13120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser voerde aan dat zijn psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen.
De rechtbank oordeelt dat het voornemen van de minister voldoende gemotiveerd is en dat alle relevante elementen zijn betrokken. De medische stukken tonen psychische problemen, maar geen objectieve gegevens die een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheid bij overdracht aan Duitsland aantonen. Eiser slaagt er niet in aan te tonen dat de medische voorzieningen in Duitsland ontoereikend zijn.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange op 16 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.