ECLI:NL:RBDHA:2025:13251
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van ongeloofwaardigheid biseksuele gerichtheid en identiteit
Eiser, een Gambiaanse nationaliteithebbende, diende op 4 september 2021 een asielaanvraag in met als grond zijn biseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende vervolging in Gambia. Verweerder wees de aanvraag aanvankelijk af wegens onvoldoende aannemelijkheid van identiteit en herkomst, wat door de rechtbank deels werd vernietigd. Bij een hernieuwde beslissing op 30 januari 2025 handhaafde verweerder de afwijzing, ditmaal vanwege ongeloofwaardigheid van de biseksuele gerichtheid en misleiding over identiteit.
De rechtbank behandelde het beroep op 25 april 2025 en beoordeelde de geloofwaardigheid aan de hand van de werkinstructie WI2019/17, waarbij rekening werd gehouden met het referentiekader van eiser, zijn culturele achtergrond en de maatschappelijke context in Gambia. De verklaringen van eiser werden als ongerijmd en tegenstrijdig beoordeeld, met onvoldoende onderbouwing van zijn persoonlijke beleving en ervaringen.
Eiser kon de geloofwaardigheidsbeoordeling niet weerleggen en stelde ten onrechte dat tegenstrijdigheden irrelevant zouden zijn. Ook het risico op refoulement werd niet aannemelijk gemaakt omdat de seksuele gerichtheid niet geloofwaardig werd bevonden. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de biseksuele gerichtheid en misleiding over identiteit.