ECLI:NL:RBDHA:2025:13256

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
22 juli 2025
Zaaknummer
NL24.2144
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot beëindiging van haar tijdelijke bescherming en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De rechtbank heeft zich echter onbevoegd verklaard kennis te nemen van het beroep, waardoor niet langer wordt voldaan aan de connexiteitsvereiste zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening daarom zonder zitting behandeld en verklaard niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 juli 2025 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Deze beslissing bevestigt het belang van de connexiteitsvereiste bij voorlopige voorzieningen in bestuursrechtelijke procedures, waarbij het verzoek alleen kan worden behandeld zolang bezwaar of beroep tegen het primaire besluit aanhangig is.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.2144

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. A. Jhingoer),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 november 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder de tijdelijke bescherming van verzoekster beëindigd per 4 september 2023.
Bij besluit van 21 maart 2024 (besluit op bezwaar) heeft verweerder het daartegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft op 19 januari 2024 beroep ingesteld tegen het primaire besluit. Tevens heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang er bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
2. Het verzoek is ingediend samen met het beroep met zaaknummer NL24.2143. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.2143, heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van het beroep kennis te nemen. Nu niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.