ECLI:NL:RBDHA:2025:13281
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiseres, een Jemenitische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om zich bij haar echtgenoot, de referent, die in Nederland verblijft met een asielvergunning, te voegen. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat er een feitelijke gezinsband bestond tussen haar en de referent.
De rechtbank oordeelt dat het beleid vereist dat bij nareiszaken niet alleen een huwelijksrelatie, maar ook een feitelijke gezinsband moet worden aangetoond. Eiseres en referent konden geen objectief bewijs leveren van samenwoning, gemeenschappelijke huishouding of onderlinge afhankelijkheid. Hun verklaringen over het begin van hun relatie waren tegenstrijdig en het huwelijk was op afstand voltrokken zonder nadien fysiek contact.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat er geen feitelijke gezinsband bestaat en dat daardoor geen beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro aanwezig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent.