ECLI:NL:RBDHA:2025:13342
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en rechtmatig verblijf unieburger na strafrechtelijke detentie
Eiser werd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in bewaring gesteld na strafrechtelijke detentie. Hij stelde dat verweerder de inspanningsverplichting tijdens zijn detentie had geschonden door niet tijdig maatregelen te nemen om zijn uitzetting te realiseren. De rechtbank oordeelde dat vanwege preventieve hechtenis geen inspanningsverplichting gold en verweerder na inbewaringstelling voortvarend handelde.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij rechtmatig verblijf had, omdat hij na een eerdere uitzetting naar Roemenië duurzaam verblijf had opgebouwd. De rechtbank stelde vast dat eiser slechts kort in Roemenië verbleef zonder werk of vaste woonplaats en dat hij zijn verblijf in Nederland niet daadwerkelijk en effectief had beëindigd. Verweerder had voldoende onderzoek gedaan naar zijn verblijfsrecht.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en dat het beroep ongegrond is. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.