ECLI:NL:RBDHA:2025:13346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd op 8 februari 2025 en was reeds tweemaal eerder door de rechtbank getoetst, waarbij de rechtmatigheid werd bevestigd.
Na het sluiten van het vooronderzoek op 10 juli 2025 heeft eiser nog een aanvullende reactie ingediend, maar de rechtbank heeft deze buiten beschouwing gelaten omdat eiser voldoende gelegenheid had zijn gronden naar voren te brengen. De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft gereageerd op de voortgangsrapportage van de minister.
Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig en onzorgvuldig was, dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat een redelijke belangenafweging ontbrak. De rechtbank volgt deze stellingen niet, mede omdat uit de voortgangsrapportage blijkt dat de aanvraag van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt en dat de minister meerdere malen heeft gerappelleerd.
De rechtbank concludeert dat er geen omstandigheden zijn die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat de maatregel rechtmatig is en er zicht is op uitzetting.