ECLI:NL:RBDHA:2025:13347
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting minderjarige in vreemdelingenzaak
Verzoeker en zijn gezinsleden hebben een aanvraag tot verlening van verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door verweerder zijn afgewezen. Tegen deze besluiten is bezwaar gemaakt, dat door verweerder ongegrond is verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateert dat eerdere voorlopige voorzieningen reeds aan verzoeker, zijn partner en een van de minderjarige kinderen zijn toegekend, maar dat de minderjarige dochter nog niet onder deze bescherming valt. Verweerder heeft laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening voor deze minderjarige.
Gelet hierop wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe, waardoor de minderjarige dochter niet mag worden uitgezet totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De minderjarige dochter mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.