ECLI:NL:RBDHA:2025:13408
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding, matiging herziening wegens eigen fout SVB
Eiseres ontving vanaf maart 2021 een AOW-pensioen voor een alleenstaande, terwijl zij sinds 1 februari 2021 een gezamenlijke huishouding voerde met een ander persoon. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) paste het pensioen pas in maart 2023 aan naar het gehuwdenpensioen en vorderde het te veel betaalde bedrag van €7.102,08 terug.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij tijdig had gemeld en dat de SVB verantwoordelijk was voor de fout. De SVB erkende de eigen fout en matigde de herziening door zes maanden buiten beschouwing te laten. De rechtbank oordeelde dat het eiseres redelijkerwijs duidelijk had kunnen zijn dat zij te veel pensioen ontving en dat de matiging van de herziening passend was.
De rechtbank vond dat de financiële situatie van eiseres onvoldoende was onderbouwd om af te zien van terugvordering. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiseres kreeg het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke herziening en terugvordering van het AOW-pensioen wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.