ECLI:NL:RBDHA:2025:13430
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op verblijfsvergunning wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar deze is door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld op 19 juni 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. Verweerder was wel vertegenwoordigd. Uit het dossier blijkt dat eiser op 20 mei 2025 met onbekende bestemming is vertrokken uit de opvang en sindsdien geen contact meer heeft onderhouden met zijn gemachtigde of instanties zoals IND, COA, AVIM of DT&V.
De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser gevraagd of er nog contact was, maar deze heeft bevestigd sinds medio mei 2025 geen contact meer te hebben. Op basis van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland.
Daarom heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang bij inhoudelijke beoordeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt.