Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperking 'arbeid als zelfstandige' ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 9 april 2025 is afgewezen.
Tegen dit besluit maakte verzoeker bezwaar en diende tevens een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op basis van artikel 8:83, derde lid, Awb.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is omdat niet langer wordt voldaan aan de connexiteitsvereiste van artikel 8:81 Awb Pro. Dit volgt uit het feit dat de rechtbank zich in een gelijktijdige zaak onbevoegd heeft verklaard om van het beroep kennis te nemen, waardoor het bezwaar of beroep niet meer aanhangig is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.