Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van homoseksualiteit en lidmaatschap van een cult, maar zijn aanvraag werd door de minister afgewezen wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de minister een volledige en zorgvuldige ex-nunc beoordeling had gemaakt, waarbij alle feiten en omstandigheden waren betrokken. De verklaringen van eiser werden als wisselend, summier en tegenstrijdig beoordeeld, waardoor het tweede en derde asielmotief niet aannemelijk waren.
Eiser voerde aan dat hij mogelijk een licht verstandelijke beperking (LVB) heeft, maar dit werd niet bevestigd door het medisch advies van Medifirst, dat zorgvuldig was opgesteld en door de minister was gevolgd. De rechtbank vond geen reden tot nader onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiser en dat de geloofwaardigheid van het asielrelaas terecht was beoordeeld als onvoldoende. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.