ECLI:NL:RVS:2025:972
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod hoger beroep
De vreemdeling heeft bij besluit van 18 september 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en verzocht om opheffing van een opgelegd inreisverbod. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt integraal overgenomen.
Het hoger beroep bevat geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat verdere motivering achterwege blijft. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.