Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 28 maart 2025 was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was eerder rechtmatig bevonden tot 5 juli 2025, waarna alleen de periode daarna werd beoordeeld.
Eiser stelde dat het zicht op gedwongen verwijdering naar Algerije ontbrak, omdat hij op 8 juli 2025 was gepresenteerd aan de Algerijnse autoriteiten en geen documenten bezat. De rechtbank oordeelde echter dat de presentatie en het lopende onderzoek naar een laissez-passer niet betekenden dat het zicht op uitzetting ontbrak, mede omdat eiser niet volledig meewerkt aan zijn terugkeer.
De rechtbank zag geen aanleiding om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te verklaren en wees daarom het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.