ECLI:NL:RBDHA:2025:13466

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
NL25.21353
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Verordening nr. 604/2013Richtlijn 2001/55/EGWI 2022/17
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland

Eiseres heeft op 12 februari 2025 een asielaanvraag gedaan in Ter Apel nadat zij vanuit Oekraïne naar Nederland was gekomen. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.

Eiseres stelde dat zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) valt en daarom niet aan Duitsland kan worden overgedragen. De rechtbank constateert echter dat eiseres zich niet bij een gemeente heeft gemeld voor een aanvraag op grond van de RTB en dat de minister haar aanvraag terecht als een reguliere asielaanvraag heeft aangemerkt.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Eiseres mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres mag worden overgedragen aan Duitsland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.21353

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),
en

de Minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: R.M. Koning).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 6 mei 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening [1] . Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [2] In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres is vanuit Oekraïne naar Duitsland gevlucht. Ze heeft enkele jaren in Duitsland verbleven. In februari 2025 is ze naar Nederland gekomen en heeft ze asiel aangevraagd in Ter Apel. Eiseres stelt dat ze onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming [3] (RTB) valt en op die grond rechtmatig in Nederland verblijft. Ze kan daarom niet op grond van de Dublinverordening aan Duitsland worden overgedragen. Daarnaast kan niet meer worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland.
Richtlijn Tijdelijke Bescherming
6. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 12 februari 2025 een asielaanvraag heeft gedaan in Ter Apel. Daarnaast is niet in geschil dat eiseres zich niet bij een gemeente heeft gemeld om een aanvraag voor bescherming op grond van de RTB te doen. Uit de RTB, het uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie van 4 maart 2022 en de WI 2022/17 [4] volgt niet dat de minister eiseres had moeten doorverwijzen naar de gemeente om een aanvraag voor bescherming op grond van de RTB te doen. [5] De minister heeft tijdens de zitting terecht gesteld dat eiseres geen aanvraag voor bescherming op grond van de RTB heeft gedaan. Daarbij heeft de minister tijdens de zitting terecht opgemerkt dat eiseres zich alsnog tot de gemeente kan wenden als zij meent dat zij onder de RTB valt. In wat eiseres naar voren heeft gebracht bestaat geen aanleiding om te oordelen dat de minister haar aanvraag had moeten opvatten als een aanvraag voor bescherming op grond van de RTB of haar had moeten doorverwijzen naar de gemeente om een dergelijke aanvraag te kunnen doen. De minister heeft de aanvraag van eiseres dan ook terecht aangemerkt als een asielaanvraag en is terecht overgegaan tot het beoordelen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van die asielaanvraag. De beroepsgrond slaagt niet.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel
7. De rechtbank stelt vast dat hetgeen eiseres aanvoert ten aanzien van het interstatelijk vertrouwensbeginsel een herhaling is van hetgeen in de zienswijze is aangevoerd. Dit is tijdens de zitting ook erkend door de gemachtigde van eiseres. De minister is in het besluit ingegaan op de zienswijze van eiseres. De rechtbank ziet in de enkele herhaling van deze punten uit de zienswijze, zonder dat eiseres concreet maakt waarom de reactie van de minister in de beschikking daarop volgens haar niet juist of ontoereikend is, geen reden om deze punten te bespreken.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres mag worden overgedragen aan Duitsland. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verordening nr. 604/2013.
2.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
3.Richtlijn 2001/55/EG.
4.WI 2022/17 Richtlijn tijdelijke bescherming Oekraïne en asielprocedure.
5.Zie ook de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 22 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9514.