ECLI:NL:RBDHA:2025:9514
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Oekraïense nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en stelde dat hij onder de Richtlijn tijdelijke bescherming viel, maar had geen aanvraag daarvoor ingediend bij de gemeente. De rechtbank oordeelde dat de minister niet verplicht was eiser door te verwijzen naar de gemeente voor een dergelijke aanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast mocht worden vanwege een opvangcrisis in Duitsland en het ontbreken van kosteloze rechtsbijstand. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor structurele tekortkomingen in Duitsland.
Ook stelde eiser dat het gezin niet bijeen gehouden werd, omdat hij en zijn gezinsleden aan verschillende lidstaten waren toegewezen. De rechtbank vond geen bewijs van een duurzame gezinsband en wees dit beroep af.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en de minister terecht het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag handhaafde. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.