ECLI:NL:RBDHA:2025:13493
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 7 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze aanvraag werd bij besluit van 27 oktober 2023 afgewezen door verweerder. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep op 27 juni 2025, waarbij alleen de gemachtigde van verweerder aanwezig was; eiser en zijn gemachtigde meldden zich af.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Verweerder berichtte dat eiser op 12 juni 2025 met onbekende bestemming was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met de betrokken instanties. De gemachtigde van eiser bevestigde dat contact met eiser niet mogelijk was vanwege diens psychische problemen en vertrek uit opvanglocatie.
Op grond van vaste rechtspraak geldt dat vertrek zonder mededeling van verblijfplaats impliceert dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde. De rechtbank stelde vast dat eiser geen contact meer onderhoudt en geen aanknopingspunten zijn dat dit zal veranderen.
Daarom concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank gaat niet inhoudelijk op de zaak in. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.