ECLI:NL:RBDHA:2025:13509
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische vrouw wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico's
Eiseres, een Somalische vrouw geboren in 2006, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk is, ondanks een termijnoverschrijding, omdat de asielprocedure niet rechtsgeldig was verlengd.
De rechtbank beoordeelt het asielrelaas van eiseres, dat onder meer gedwongen uithuwelijking, bedreiging door de zoon van haar werkgeefster en gedwongen besnijdenis omvat. Verweerder heeft de geloofwaardigheid van de geboortedatum en de uithuwelijking als ongeloofwaardig beoordeeld, wat de rechtbank bevestigt. Ook is onvoldoende aannemelijk dat eiseres als alleenstaande vrouw moet worden beschouwd of dat zij risico loopt op ernstige schade door herbesnijdenis of bedreigingen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de toepassing van Werkinstructie 2024/6 niet strijdig is met het Unierecht en dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Ten slotte is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in Mogadishu.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de asielaanvraag. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.A.J. van Beek.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid en afwezigheid van een reëel risico bij terugkeer.